Gastenboek!!   Home

Het verhaal achter de nieuwjaarswens voor 2009

Oudejaarsdag. Eva liep met snelle passen door de winkelstraat. Het was niet meer zo druk, het liep tegen sluitingstijd. Een man haastte zich nog snel de slijterij binnen; misschien moest ie nog champagne hebben voor vanavond. Wat jongeren hingen bij het bankje. Eva hield hen angstvallig in de gaten; altijd weer bang voor een onverwacht rotje dat haar kant opgegooid zou kunnen worden.

Het was koud, waterkoud; ongezellig, guur weer. Ze trok haar sjaal nog wat steviger aan en drukte haar tas tegen haar buik. Om vier uur had ze afgesproken met vrienden bij ‘De Koning’, een donkerbruine kroeg midden in Valkenburg. Dat deden ze al een aantal jaar. Even een borrel drinken, voordat ieder zijn eigen oudejaarsnacht in ging. ‘Effe het jaar van me af laten glijden,’ zoals Stefan - de zakenman onder hen - het noemde. Het was een mooie traditie geworden. Lekker wat ouwehoeren en eventjes geen verplichtingen. Met opgroeiende kinderen en ouders die op leeftijd kwamen, voelde Eva zich deze dagen toch nooit helemaal vrij om te doen waar ze zin in had. Maar deze paar uurtjes in het vooruitzicht maakten een warme gloed in haar los.

Wat hadden ze vorig jaar gelachen, toen Esther in geuren en kleuren vertelde over haar zoontje van 5 met wie ze op het Drielandenpunt was geweest. Ze was er demonstratief bij gaan staan. ‘Kijk mam, met dit been sta ik in Nederland en met mijn andere been sta ik in België en – Esther stond inmiddels in gestrekte houding midden in ‘De Koning’ – met mijn handen sta ik in Duitsland!’ Hoe herkenbaar. Allemaal konden ze zich de opwinding weer voorstellen die ze zelf als kind hadden gevoeld op die magische plek. En nu – nu ze er zelf weer kwamen - was het niet meer dan wat fritestenten bij een monument.

‘Nou,’ had Frank geroepen, ‘wat dacht je van de magie van 12 uur op oudejaarsavond! Dat was toch ook iets heel merkwaardigs. Als je de wijzers van de klok niet meer van elkaar kon onderscheiden, was je ineens in het nieuwe jaar!’ ‘Och,’ had Eva zelf gelachen, ‘hoe vaak riep ik op oudejaarsavond niet dat dit de laatste keer was dat ik iets deed in dat jaar. Ik nam zelfs afscheid van mijn kamer!’ Ze had haar armen melodramatisch omhoog gestoken en de zin gedeclameerd die ze als meisje zo vaak had uitgesproken: ‘Dag kamer, dit is de laatste keer dat ik je zie dit jaar. Als ik hier weer kom is het HET NIEUWE JAAR.’ Ze had er nog een schepje bovenop gedaan: ‘Ik zal je echt nooit meer zien in 1978!’ En zo volgde het ene na het andere verhaal van vroeger.

‘En toch’, had Daan - de serieuze van het stel - op een gegeven moment gezegd, ‘staan we zelf veel te weinig stil bij dit soort momenten. Het bewustzijn en de verwondering die je als kind had… als volwassenen verwaarlozen we dat het gewoon.’ ‘Ach welnee,’ had Eva geantwoord. ‘Moet je kijken waar we nu mee bezig zijn. Nu sluiten we toch ook het jaar met elkaar af en hebben we het over onze plannen in het nieuwe jaar.’ ‘Ja, dat wel, zei Daan, ‘maar het is allemaal zo gewoon geworden. Hij had hen met een bijna boze blik aangekeken: ‘En als je om je heen kijkt, het is ook zo plat geworden, zo..’ – hij zocht naar woorden en zei – alsof ie spijt had van hetgeen hij had aangeroerd: ‘nou, gewoon, zo gewoon!’

Uren hadden ze vervolgens gepraat over dat wat Daan nu eigenlijk bedoelde. Ze kwamen tot de conclusie dat Kerst en Oud en Nieuw zulke vanzelfsprékende dagen waren geworden. De commercie deed daar ook geen goed aan. ‘Er wordt op een sentiment ingespeeld, waar iedereen in mee lijkt te gaan, maar waar het nou net niet om gaat,’ had Esther zachtjes boven haar dampende glühwein gezegd. Ze hadden haar nieuwsgierig aangekeken. Ze bleef even stil, zette haar glühwein neer, en begon voorzichtig: ‘Weet je, we zijn wel gezellig bij elkaar en we praten wel over wat we ons allemaal weer hebben voorgenomen te doen het nieuwe jaar, maar zijn we nou bezig met dat wat we écht willen?’ Haar stem werd wat luider: ‘als ik mezelf hoor praten over dat ik 5 kilo wil afvallen, wat vaker naar mijn moeder in het verpleeghuis moet gaan, niet méér klussen van mijn chef moet aannemen dan ik aankan, dan denk ik tegelijkertijd: Is dit nu wat ik echt wil? Of probeer ik me staande te houden binnen grenzen die door anderen worden bedacht?..’ Ze nam een slokje en vervolgde: ‘Ik wil mijn eigen grenzen vaststellen, mijn eigen wereld ontdekken, weer verwonderd zijn over dat wat ik zie, over wat ik meemaak.’ Ze slikte en zei: ‘Ik wil mijn eigen vlam weer voelen branden.’

Ze waren er stil van geweest – maar Eva had het ervaren als een aangename stilte. Ze voelde zich hechter dan ooit tevoren verbonden met haar vrienden daar aan de stamtafel in ‘De Koning’. ‘Daar drinken we op’,  had Stefan tenslotte gezegd.

En nu, nu was het jaar alweer voorbij. Eva liep vol verwachting ‘De Koning’ binnen. Ze zag dat Esther er al zat. Ze zag er goed uit. Eva nam zich voor het haar te vragen straks: Waarvoor brandt jouw vlam in 2009?’ Ja, dat zou ze vragen.